<<< S44. AANKOP.83P

>>>

Plaatjes die de wet van de grote aantallen illustreren voor een muntstuk, laten zien dat de relatieve frequentie (vaak) voortdurend boven of juist onder de 0,5 ligt. "Kop (of munt) ligt bijna steeds aan kop". Belangrijk is, wat het eerst boven lag, kop of munt. Je zou verwachten dat het gemiddelde rond de 0,5 schommelt, maar dat is meestal niet het geval!
Bekijk het histogram. De middelste staafjes slaan op een ongeveer even groot aantal keren kop en munt (9,10,11) van de 20. Je ziet dat 20 keer kop verreweg het meeste voorkomt.